Landgoederen

Landgoederen en kastelen van de Veluwezoom

Over de gehele Veluwezoom, van Wageningen tot aan Dieren zijn veel kastelen en landgoederen te vinden. Dit is niet zo verwonderlijk, want de ligging tussen de stuwwallen en de rivieren de Rijn en de IJssel is uniek voor Nederland. De in dit gebied liggende bossen, heidevelden, beekjes en uiterwaarden hebben al sinds de prehistorie een grote aantrekkingskracht gehad op de mens. Vanaf de middeleeuwen hebben veel adellijken en andere welgestelden de Veluwezoom dan ook gekozen als locatie voor hun kasteel of landgoed. Deze strook van kastelen en landgoederen noemt men ook wel Het Gelders Arcadië. 

Op de website Veluwezoominbeeld.nl worden onderstaande kastelen en landgoederen beschreven die liggen tussen Rozendaal en Dieren.

  1. Kasteel Rozendaal
  2. Kasteel Biljoen
  3. Landgoed Beekhuizen
  4. Landgoed Heuven
  5. Kasteel Middachten
  6. Hof te Dieren

 

1. Kasteel Rozendaal

De geschiedenis van kasteel Rozendaal gaat terug tot begin 1300. In deze middeleeuwse tijd bouwden de graven van Gelre een burcht die goed te verdedigen was. De grote ronde toren, donjon genoemd, bestaat nog steeds en stamt uit die begin periode. De vier meter dikke muren en een hoogte van 19 meter stonden garant voor een goede verdediging tegen belegeringen, die in die tijd gebruikelijk waren. De donjon van kasteel Rozendaal is de dikste kasteeltoren in Nederland die bewaard is gebleven.

Kasteel Rozendaal met donjon vanaf de zijkant gezien.

Kasteel Rozendaal met donjon vanaf de zijkant gezien.

 

Gedurende de eeuwen na de middeleeuwen is er veel aangebouwd en verbouwd. Zo is de lichtkoepel boven op de toren in de 18e eeuw toegevoegd. Daarnaast is er veel tijd en geld gespendeerd aan de parkachtige tuin van kasteel Rozendaal.

Kasteel Rozendaal vanaf de voorkant gezien.

Kasteel Rozendaal vanaf de voorkant gezien.

 

Kasteel Rozendaal is bewoond geweest door veel verschillende, vooral adelijke, families. Één van de bekendste bewoners was Adolf Torck, die Rozendaal erfde in 1721. Adolf Torck was burgemeester van Wageningen gedurende de jaren 1708 tot 1750. Daar gold Adolf Torck als een vooruitstrevende burgemeester die veel nieuwe ontwikkelingen in Wageningen heeft doorgevoerd, zoals het aanleggen van bestratingen, nieuwe waterputten en straatverlichting. Toen Adolf Torck kasteel Rozendaal erfde, moest hij regelmatig reizen tussen Wageningen en kasteel Rozendaal. De Wageningse allee was een weg die destijds liep van Rozendaal naar Wageningen volgens bijna dezelfde loop als de huidige Schelmseweg. Het Wageningse Hek was de toegangspoort van kasteel Rozendaal naar de Wageningse allee en de werkroute van Adolf Torck.

Het Wagelingse hek, de toegangspoort tussen kasteel Rozendaal en de Wageningse allee van destijds.

Het Wagelingse hek, de toegangspoort tussen kasteel Rozendaal en de Wageningse allee van destijds.

 

Het Rozendaalse bos dat grenst aan kasteel Rozendaal werd in het verleden gebruikt voor onder andere bosbouw en de jacht. De bewoners van kasteel Rozendaal waren in die tijd ook vaak eigenaar van de omliggende bospercelen. Om zich snel en veilig door de bossen te kunnen verplaatsen, liet men paden aanleggen die geschikt waren voor het vervoer van paarden en koetsen. Op de foto’s hieronder staat zo’n pad uit het Rozendaalse bos afgebeeld. Het pad bestaat uit 4 rijen beuken. Het middelste brede stuk was voor het gebruik van de paarden en koetsen. De 2 smalle buitenste paden waren voor het begeleidend personeel dat per voet volgde.

Pad Rozendaalse bos vanaf en naar kasteel Rozendaal

Het complete pad dat bestaat uit 4 rijen met beuken. Het middelste brede stuk was bestemd voor de paarden en koetsen. De 2 buitenste rijen voor het volgend personeel.

Pad Rozendaalse bos dat leidt naar kasteel Rozendaal

Een van de twee buitenste paden, die bestemd waren voor het volgend personeel.

De laatste bewoner van kasteel Rozendaal was baron Van Pallandt. Hij overleed in 1977 en heeft zijn bezit toen overgedragen aan de stichting Gelders Landschap & Kasteelen. Hiermee gaf baron Van Pallandt invulling aan zijn wens, dat het kasteel en het park als één geheel bewaard zou blijven.

 

2. Kasteel Biljoen

De oorsprong van kasteel Biljoen ligt in het begin van de 16e eeuw. Het was Karel van Gelre (Hertog van Gelre) die omstreeks 1530 de basis van het kasteel liet bouwen. Er is toen gekozen voor plek in de uiterwaarden, liggend aan de Beekhuizense beek. Reden hiervoor was dat het kasteel door de natte omgeving beter verdedigbaar was en er geprofiteerd kon worden van het stromende water. De bouwlocatie van kasteel Biljoen is op de plek waar eerst de renthoeve Broekerhof stond. Broekerhof staat voor ‘huis in een natte omgeving’ De bouwmaterialen werden deels verkregen van het nabijgelegen en inmiddels verdwenen kasteel Overhagen. In 1535 verkocht Karel van Gelre, vanwege geldgebrek, kasteel Biljoen aan zijn hofmeester Roelof van Lennep. Voorts bleef kasteel Biljoen bijna 130 jaar in het bezit van de familie Van Lennep.

In 1661 werd kasteel Biljoen verkocht aan Alexander van Spaen, waarna het tot het jaar 1848 in het bezit van zijn familie bleef. Binnen de familie Van Spaen was het vooral Johan Frederik Willem van Spaen (1746 – 1827) die het gehele kasteeldomein, inclusief landgoed Beekhuizen, zijn internationale allure wist te geven.

Kasteel Biljoen

Kasteel Biljoen

 

In 1867 komt een groot deel van Biljoen in het bezit van de Duitse industrieel J.H. Willem Lüps en in 1872 koopt hij ook het kasteel. In 2006 overlijdt de laatste erfgenaam binnen de familielijn, waarna in 2008 het 162 hectare grote culturele erfgoed wordt aangekocht door Het Geldersch Landschap en Kasteelen.

 

Voormalige koetshuis met paardenstallen

Voormalige koetshuis met paardenstallen

 

Brug van kasteel Biljoen

Brug van kasteel Biljoen

 

Vanaf begin 1600 tot eind negentiende eeuw hebben er op het landgoed van Biljoen diverse molens gestaan, waaronder papiermolens (waarschijnlijk 3) en een wasmolen. Dit waren bovenslagmolens, waarbij het water van bovenaf in de schoepen viel. Zo kreeg Johan van Lennep, heer van Biljoen van 1613 tot 1622, toestemming om een papiermolen te bouwen tussen de Duystere/Biljoense Steeg en de Keyenberg. Hiervoor werd de Beekhuizense beek op zijn grondgebied wat hoger tegen de helling gelegd om meer verval te verkrijgen. De papiermolen is verdwenen, maar de waterval is nog steeds aanwezig.

Waterval bij kasteel Biljoen

Waterval bij kasteel Biljoen

 

3. Landgoed Beekhuizen

De oudste vermelding van Beekhuizen dateert uit 1370. In de omgeving van de Beekhuizense beek lagen toen de boerderijen Groot en Klein Beekhuizen. De boerderijen Groot en Klein Beekhuizen waren toen in het bezit van het klooster op de Elterberg bij Hoog Elten. Bij helder weer kan je Hoog Elten vanaf de Posbank zien liggen. Omstreeks de 15e/16e eeuw is het eigendom van de boerderijen Hoog en Klein Beekhuizen overgegaan naar het St. Catharinagasthuis in Arnhem.

In 1682 werd landgoed Beekhuizen aangekocht door Alexander van Spaen. Ongeveer een eeuw later was het zijn zoon Johan Frederik Willem van Spaen die landgoed Beekhuizen een heel ander gezicht heeft gegeven. Gedurende een reis van 16 maanden door heel Europa deed J.F.H. van Spaen veel inspiratie op die hij toepaste bij het ontwerp van het nieuwe landgoed Beeekhuizen. In 20 jaar tijd zette hij een woest landschap om in een park dat voor die tijd toonaangevend was. De aanwezige Beekhuizenze beek en het heuvelachtige landschap werden gebruikt om een Engels landschapspark te creëren, inclusief vele attracties, cultuurelementen, vijvers, watervallen en bruggetjes. Ook na de opening van het park in 1790 besteedde J.F.H. van Spaen veel geld en tijd in de verdere ontwikkeling van landgoed Beekhuizen, oftewel zijn levenswerk.

De Duitse industrieel J.H. Willem Lüps werd eigenaar van landgoed Beekhuizen in het jaar 1867, waarna het in 1930 in handen is gekomen van Natuurmonumenten.

Ook tegenwoordig heeft landgoed Beekhuizen een parkachtig karakter waar cultuurhistorie en natuur goed samengaan. De oude en statige beuken, samen met de pittoreske vijver en de Beekhuizense beek, geven landgoed Beekhuizen een weldadige en tegelijkertijd een rustgevende uitstraling. 

Beekhuizense beek stroomt door landgoed Beekhuizen

De Beekhuizense beek stroomt door landgoed Beekhuizen en is tegenwoordig een sprengenbeek (een gegraven beek), maar was van oorsprong een natuurlijke beek.

 

4. Landgoed Heuven

Willem Helle was de eerste persoon die geassocieerd werd met landgoed Heuven, toen nog onder de naam ‘Ter Hoeve’. In 1379 ontving hij landgoed Heuven in leen van de hertog van Gelre. Vanaf 1402 kwam landgoed Heuven, gedurende een aantal eeuwen, in het bezit van de families Van Heerdt (of Van Heerde), Hugen en Van Hassel en een aantal andere families. Gedurende de middeleeuwen werd landgoed Heuven vermeld onder de naam ‘Het goet thoe Hoeve’.

Vanaf 1856 zwaaide de familie Wurfbain de scepter over landgoed Heuven. Het voormalige landhuis, staande op de heuvel, werd reeds in 1844 afgebroken, waarna Jacob Willem Wurfbain in de periode van 1857 tot 1860, iets hoger op de heuvel, een prachtig nieuw nieuw landhuis liet bouwen. Omstreeks deze tijd werd, door aankoop, de boerderij aan de Heuvenseweg toegevoegd aan het bezit van de familie Wurfbain. Een rentmeesterwoning (De Uylenburg), een koetshuis en Het Noorse Huisje (1903) zijn gebouwen die ook door de familie Wurfbain aan landgoed Heuven zijn toegevoegd.

Het landhuis op de heuvel is in 1940 afgebroken en nog voor de dood van Catharina Louise Henriette Wurfbain in 1976 heeft zij een gedeelte van het landgoed overgebracht in de stichting ‘Wurfbainshof’ en het andere deel verkocht aan Natuurmonumenten.

Koetshuis landgoed Heuven

Koetshuis landgoed Heuven

 

Voormalige boerderij behorende bij landgoed Heuven

Voormalige boerderij behorende bij landgoed Heuven

 

5. Kasteel Middachten

kasteel Middachten

Het landgoed Middachten wordt voor het eerst vermeld in het jaar 1190 als goed van Jacobus de Mithdac. Het ligt in het overgangsgebied tussen de stuwwallen en de natte uiterwaarden van de ijssel. Het kasteel met zijn voorburcht was in de beginfase een in een natte omgeving versterkt huis dat voorzien was van dikke muren. Dit moest de bewoners beschermen tegen aanvallen van buitenaf.

Een belangrijk persoon in de geschiedenis van Middachten is Everardus van  Middachten. Hij was de stamvader van alle nakomende Heren en Vrouwen van Middachten. Om bescherming te verkrijgen droeg Everardus van Middachten, in het begin van de veertiende eeuw, het kasteel en landgoed over aan Reinald graaf van Gelre. Hierna ontving Everardus het weer in leen terug. Nadien hebben verschillende geslachten het kasteel bewoond. Het gaat hier om de geslachten Steenre, Raesfelt, Reede, Bentinck en Ortenburg. Deze stamden allemaal af van de stamvader Everardus van Middachten.

Bijgebouw met paardenstallen

Bijgebouw met paardenstallen

Naast het kasteel bestaat het landgoed Middachten ook uit weilanden, boerderijen en bossen. De op het landgoed staande boerderijen en andere gebouwen zijn te herkennen aan de rood-wit geschilderde luiken. Deze kleuren behoren tot het wapen van de familie van Middachten.

Gedurende de middeleeuwen drukte de Heren van Middachten hun stempel op de middeleeuwse samenleving. Zo bekleedden de Heren van Middachten openbare functies die te vergelijken zijn met de huidige overheidsdiensten. Voor die tijd moet je dan denken aan vooral agrarische beheersfuncties m.b.t. het beheer van landerijen, bossen, heide en de jacht. Deze beheersfuncties werden bekleed onder de naam van ‘Wiltvursters’.

In 1673 was Nederland in oorlog met onder andere Frankrijk. Stadhouder Willem III had de stad Bonn veroverd op de Fransen, waarna de Fransen op hun terugtocht kasteel Middachten verwoestte. In de jaren tussen 1694 en 1697 is het kasteel weer herbouwd door Godard van Reede. Kasteel Middachten wordt tegenwoordig bewoond door Graaf en Gravin zu Ortenburg, ook nazaten van stamvader Everardus van Middachten.

deel van de gracht van kasteel Middachten

Deel van de gracht van kasteel Middachten.

 

6. Hof te Dieren

Het ‘Hof te Dieren’ is een ongeveer 1.000 hectare groot landgoed dat bestaat uit bossen, cultuurgronden en een park. Het ‘Hof te Dieren’ wordt voor het eerst genoemd in de 12e eeuw. Gedurende de periode van 1219 tot 1647 is het ‘Hof te Dieren’ in het bezit geweest van de Duitse Orde. De Duitse Orde was een geestelijke ridderorde en  werd in 1190 gesticht. De oorspronkelijke doelstelling van de Duitse Orde was het verplegen van zieke en gewonde kruisvaarders. Later werden kruistochten naar het Oosten ondernomen en hield men zich bezich met o.a. de kerstening van Pruisen en Lijfland.

Prins Willem II

 In 1647 werd het ‘Hof te Dieren’ gekocht door Prins Willem II. Willem II, die een verwoed jager was, heeft een grote wildbaan aan laten leggen en heeft er een jachtslot gebouwd. De focus van de jacht lag op herten, die dan ook van buitenaf werden aangevoerd.Op veel plaatsen werden drinkplaatsen voor de herten aangelegd. De hertenkolk bij de lange juffer, die stamt uit deze tijd, bestaat nog steeds. Lang heeft prins Willem II niet van zijn jachtslot in Dieren kunnen genieten. Tijdens een verblijf in Dieren in oktober 1650 werd hij ziek. Hij werd toen vervoerd naar Den Haag, waar hij op 6 november 1650 overleed.

Stadhouder Willem III

Zijn opvolger stadhouder Willem III was getrouwd met Mary Stuart van Engeland en werd in 1688 tot koning van Engeland gekroond. Willem III heeft veel verbeteringen en uitbreidingen aan het jachtslot van Willem II aangebracht. Zo werd na het rampjaar 1672 de verwaarloosde wildbaan hersteld. Rond het jachtslot heeft hij een muur laten bouwen. Deze bestaat nog steeds en heet de ‘koningsmuur’. Daarnaast werden er ook tuinen, vijvers, grotten en wandelwegen aangelegd. In zijn jachtgebieden liet Willem III ‘koningswegen’ aanleggen. Dit waren lange en kaarsrechte wegen aan weerszijden beplant met rijen beuken. Via deze ‘koningswegen’ kon men snel en gemakkelijk de jachtgebieden bereiken. Net als Willem II was Willem III een fervent jager. Dit deed hij vaak samen met Hans Willem Bentinck. Kort voor zijn dood in 1702 kocht Willem III ook nog het goed ‘Coldenhove’ bij Eerbeek.

De bosgebieden rondom het Hof te Dieren dragen nog steeds namen van deze koninklijke familie. Zo is de Prins Willemberg, vroeger de Steenenberg, genoemd naar de zoon van Willem IV. De Carolinaberg is genoemd naar de dochter van Willem IV.

Laatste eeuwen

Tijdens de Napoleonistische periode werd het jachtslot in 1795 geheel door brand verwoest. Ongeveer 25 jaar daarna kwam het ‘Hof te Dieren’ in het bezit van Marie Cornélie gravin van Wassenaer Obdam, vrouwe van Twickel. In de jaren 1822 en 1823 werd begonnen ,met de bouw van een  nieuw huis en de aanleg van een park.

Gedurende de Tweede wereldoorlog werd het huis door brand verwoest en werd in 1965 gesloopt. Het ‘Hof te Dieren’ heeft sinds de aankoop door gravin van Wassenaer Obdam een binding met het landgoed Twickel  bij Delden en maakt tegenwoordig deel uit van de stichting Twickel.