Kraaiachtigen

Kraaiachtigen van de Veluwezoom

De kraaiachtigen zijn een familie (Corvidae) van 128 soorten die over bijna de gehele wereld voorkomen. De familie van kraaiachtigen valt onder de zangvogels en zijn over het algemeen zwarte en bontgekleurde vogels. Kraaiachtigen zijn succesvolle opportinistische vogels die zich goed weten aan te passen aan hun omgeving. Zo komen dan in vele landschapstypen voor. Het zijn omnivoren en zijn niet erg kieskeurig qua voedselopname. Op de Veluwezoom komen zes kraaiachtigen voor. Het gaat hier om de soorten: raaf, zwarte kraai, roek, kauw, ekster en (vlaamse) gaai. Al deze zes soorten worden in dit hoofdstuk behandeld.

Kraaiachtigen staan bekend om hun intelligentie. Ze beschikken over een probleemoplossend vermogen en hebben een goed geheugen. Ze kennen ook trucjes, zoals het vanuit de lucht naar beneden laten vallen van noten. Hierna eten de de uit de bast gekomen inhoud op de grond op.

Raaf (Corvus corax)

Raaf (Corvus corax)

De raaf is de grootste soort binnen de familie van kraaiachtigen. Met een lengte van gemiddeld 64 cm is de raaf net zo groot als een buizerd. De raaf komt het hele jaar bij ons voor en heeft een zwart verenkleed met een wigvormige staart. Raven kwamen vroeger veel voor, maar zijn eind negentiende en begin twintigste eeuw veel vervolgd. Dit omdat men dacht dat raven lammetjes zouden doden en de ogen uit zouden pikken bij schapen. Momenteel komen raven alleen nog voor in natuurgebieden zoals de Veluwezoom. Ongeveer 80% van de ravenstand in Nederland bevindt zich op de Veluwe. Raven kunnen tientallen jaren oud worden en in gevangenschap zijn raven zelfs ouder dan 40 jaar geworden.

De raaf is een alleseter. Bijna alles wat eetbaar is ruimt de raaf op en staat ook bekend als een aaseter. Qua geluid kan je de raaf herkennen aan zijn deftig krassende roep. Raven hebben ook een goed geheugen. Zo verstoppen ze vaak hun voedsel en weten dat weer goed terug te vinden. Daarnaast houden ze ook in de gaten waar andere raven hun voedsel verstoppen om dit dan later daar op te halen. Nesten bouwen ze in hoge bomen en ze gebruiken vaak een groot gedeelte van hun leven hetzelfde nest. Op de Veluwezoom kan je de ravennesten vaak vinden in oude grove dennenbossen grenzend aan heidegebieden. Raven produceren ook braakballen en daarin vind je vaak de resten van muizen, kevers en kleine vogeltjes.

  • Classificatie: Corvus (geslacht) – Kraaien (familie) – zangvogels (orde) – vogels (klasse)

 

Zwarte kraai (Corvus corone)

Zwarte kraai (Corvus corone)

De zwarte kraai is een standvogel die het hele jaar bij ons voorkomt en is met zijn gemiddelde lengte van 50 cm wat groter dan de houtduif. De kleur van de zwarte kraai is effen zwart met een iets groenige glans en soms komen er ook een paar witte veertjes in het verenkleed voor. Dit zijn afwijkingen die meestal voortkomen uit een mindere conditie. De zwarte kraai komt door zijn opportunistische levenswijze algemeen voor in Nederland. Hij eet dan ook  bijna alles wat eetbaar is van aas tot aan door mensen weggegooide voeding. Zwarte kraaien maken hun nesten in de meer hogere boomsoorten en leggen daar meestal maar een legsel. Soms wordt er een tweede legsel gelegd, bijvoorbeeld nadat het eerste legsel verloren is gegaan. Zwarte kraaien blijven het hele jaar in hun eigen territorium. Kraaien maken een roepend geluid als: kraa-kraa-kraa.

  • Classificatie: Corvus (geslacht) – Kraaien (familie) – zangvogels (orde) – vogels (klasse)

 

Roek (Corvus frugilegus)

Roek (Corvus Frugilegus)

De roek is ongeveer net zo groot als de zwarte kraai (gemiddeld 50 cm) en komt ook het hele jaar in Nederland en de Veluwezoom voor. Het verenkleed is zwart en wat meer glanzend dan bij de zwarte kraai. Het grootste onderscheid ten opzichte van de zwarte kraai is echter het witachtige aangezicht van de kop en de wigvormige staart. Roeken komen vooral voor in landbouwachtige gebieden met bosschages. Je zite ze daar dan vaak als groepen fourageren op graslanden. Op de Veluwezoom komen ook op verschillende locaties roeken voor. De roep van een roek klinkt als Kroaa

Je kan zeggen dat de Roek ook een alleseter is. Ze zijn gek op bodeminsecten zoals emelten, maar ook andere ongewervelde dieren, zaden menselijk afval en aas laten ze niet links liggen. Roeken broeden in kolonies, waar ze hun nesten in boomtoppen maken. Gedurende de winter trekken vaak grote groepen roeken uit Oost-Europa naar Nederland om te overwinteren.

  • Classificatie: Corvus (geslacht) – Kraaien (familie) – zangvogels (orde) – vogels (klasse)

 

Kauw (Coloeus monedula)

kauw-(Coloeus-monedula)

De kauw is ongeveer net zo groot als de holenduif, gemiddeld zo’n 33 cm lang. Het verenkleed van kauwen is zwart en ze zijn grijs in de nek en de omgeving van het oor. Kauwen komen algemeen voor in Nederland en op de Veluwezoom en ze zijn graag samen met soortgenoten. Je ziet ze dan ook vaak in paartjes of samen in groepen. De roep van een kauw klinkt als tsjek of kjak. Broeden doen kauwen in holle bomen, schoorstenen of holtes in daken of muren.

  • Classificatie: Coloeus (geslacht) – Kraaien (familie) – zangvogels (orde) – vogels (klasse)

 

Ekster (Pica pica)

Ekster (Pica pica)

De staart van de ekster is bijna net zo lang als zijn lichaam, beiden ongeveer 23 cm. Eksters komen in heel Nederland en op de Veluwezoom voor. Kenmerkend voor de ekster is zijn witte en zwarte verenkleed en ze zijn daarmee goed te onderscheiden van de andere kraaiachtigen. Eksters zijn gek op glimmende voorwerpen en hebben daarom de bijnaam ‘dief’ meegekregen. Eksters zijn alleseters en eten insecten, wormen, zaden en menselijke voedingsresten. Daarnaast staan eksters erom bekend dat ze eieren en jonge vogels uit nesten roven. Gedurende het najaar en de winter zoeken eksters elkaar ‘s avonds op om gezamenlijk te gaan slapen.

  • Classificatie: Pica (geslacht) – Kraaien (familie) – zangvogels (orde) – vogels (klasse)

 

Gaai (Garrulus glandarius)

Gaai-(Garrulus-glandarius)

De gaai heeft een lengte van gemiddeld 34 cm en is dus groter dan de ekster. Het verenkleed van de gaai is grijsbuin en voorzien van een rozige gloed. Daarbij heeft de gaai een gestreepte kruin en komen in de vleugeldekveren de kleuren lichtblauw en zwart voor. De gaai een witte keel en witte stuitvlek en de witte stuitvlek valt goed op tijdens de vlucht. De gaai is een algemene bosvogel die daar opvalt door zijn schelle roep die laat horen bij gevaar. Andere dieren gebruiken deze roep ook als waarschuwing dat er gevaar aankomt. Net als andere kraaiachtigen zijn gaaien ook slim en hebben een goed geheugen. Dit laten ze zien doordat ze per jaar wel zo’n 8.000 eikels kunnen verstoppen en het merendeel daarvan weer terug kunnen vinden. Naast eikels en beukennootjes eten gaaien ook wel bessen gedurende et najaar en de winter. Hun voorkeur gaat dan echter wel uit naar eikels. Tijdens het groeiseizoen eten gaaien ook insecten, andere ongewervelden en resten van menselijk voedsel.

De naam ‘gaai’ is afgeleid van de Romeinse mannen voornaam ‘Gaius’. Vroeger hield men voor de soort ‘Garrulus glandarius’ de benaming ‘Vlaamse gaai’ aan. Waar de toevoeging ‘Vlaamse’ vandaan kwam, is niet met zekerheid te zeggen, maar hieronder twee verklaringen die worden genoemd.

  • In bepaalde jaren komt het voor dat er grotere groepen gaaien ons land intrekken. Men dacht vroeger dat deze uit Vlaanderen kwamen.
  • Het Vlaamse werd geassocieerd met de mooie kleren van de gegoede burgerij uit het rijke Vlaanderen van destijds.

 

  • Classificatie: Garrulus (geslacht) – Kraaien (familie) – zangvogels (orde) – vogels (klasse)